Thursday, March 26, 2020

ITL #8 - Knowing a Language Part 5: Linguistic Knowledge and Performance


In de afgelopen 5 blogposts schreef ik over het kennen  van een taal en welke onderdelen en eigenschappen daar bij horen. Vandaag sluiten we dit onderwerp af door te kijken naar de mate waarin je vertrouwd bent met een taal.

We hebben gezien dat als je een taal kent, je de klanken en de woorden van die taal kent. Daarnaast kun je onderscheid maken tussen correcte en incorrecte zinnen en kun je jouw creativiteit toepassen om oneindig lange zinnen te maken. Dus stap eens af op de dichtsbijzijnde persoon (wel 1.5m afstand houden vanwege het Corona virus!) en vertel diegene eens wat je het afgelopen weekend hebt gedaan. Hier komt de uitdaging: het mag maar 1 zin zijn en je moet 10 minuten volpraten.

Hoe ging het? Niet te doen, neem ik aan?

Ondanks dat je de nodige kennis hebt, zijn er dus toch nog bepaalde beperkingen wanneer je die kennis probeert toe te passen. Je kunt bijvoorbeeld de draad kwijtraken, bepaalde woorden even vergeten, stotteren, je verspreken, etc. Kortom, er is een verschil tussen je ‘linguistic knowledge’ en je ‘linguistic performance’.
Funfact: ook in gebarentaal kan men zich verspreken. Bijvoorbeeld wanneer de beweging van het ene gebaar te laat wordt gestopt bij het maken van het opvolgende gebaar of wanneer men een aspect van het nieuwe gebaar te vroeg inzet.

Overigens geldt diezelfde kloof ook voor het verwerken van input. Als bijvoorbeeld een politicus te lange zinnen gebruikt, wordt het op een gegeven moment lastig te volgen en dus irritant. Daarom passen mensen hun taalgebruik vaak aan om zo te zorgen dat de ontvanger het beter kan volgen. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop veel volwassenen tegen kinderen en baby’s praten in zogeheten ‘infant-directed speech’ of ‘baby talk’ (al zijn er wel hele discussies over de impact van dit versimpelde taalgebruik op het taalverwervingsproces van kinderen).

En een leuk voorbeeld uit Introduction to Language, over het kunnen volgen van gesproken taal:
“What’s one and one and one and one and one and one and one and one and one and one?” “I don’t know,” said Alice. “I lost count.” “She can’t do Addition,” the Red Queen interrupted. - LEWIS CARROLL, Through the Looking-Glass, 1871
Op zich begreep Alice de invididuele woorden natuurlijk wel en ook het optellen zou waarschijnlijk geen probleem zijn ... als er maar niet zoveel herhaling in zat waardoor ze de tel kwijtraakte!

Linguistic performance is iets waar je aan kunt werken. Denk bijvoorbeeld aan free flow rappers. Voor zover ik weet steken ze veel tijd in het oefenen van deze vaardigheid. Maar ook voor jou geldt waarschijnlijk: of het nou om je moedertaal gaat of een tweede of derde taal, practise makes perfect!

*Bonus: Dit is een geheugensteuntje voor het onthouden van de eigenschappen van de gebaren in gebarentaal: HOLME. Het staat voor Handshape, Orientation, Location, Movement, Expression.

Friday, March 20, 2020

ITL #7 - Knowing a Language Part 4: Sentences and Nonsentences

In eerdere blogs hebben we gekeken naar de onderdelen en eigenschappen van een taal die je kent als je de taal beheerst. Dat zijn dus de klanken, de woorden en het gegeven dat deze met een beetje menselijke creativiteit gecombineerd kunnen worden om een oneindig aantal nieuwe zinnen te vormen. Maar als je de taal kent, ben je je ook bewust van welke zinnen mogelijk zijn en welke niet.

Kijk maar eens naar de volgende zinnen. Ze zijn allemaal gebaseerd op een eerdere blogpost. Een aantal van deze zinnen zijn rechtstreeks gecopy-pastet (yup, dat is blijkbaar hoe je het schrijft) vanuit de oorspronkelijke tekst. De rest van de zinnen is gevormd door een Markov Chain text generator.
- Ging het in een vervolg op lijken ze in Google geplukt en toch wat onderscheid weet.
- Elke taal bezig bent sommigen ook correct is het niet herkennen wanneer iemand de zinnen en.
- Over te begrijpen waar het monsterlijke resultaat de woorden snel vaak zijn vrij simpel andere meer.
- Luister hier naar het monsterlijke resultaat.
- Taal dus wil ik bedoel de zinnen in dat vooral de juiste klank van Google Translate.
- Aantal klanken tenminste je detect language als een leuk nieuw woord ook correct is voor sommigen.
- Als je ‘Detect language’ klikt, klinkt het nog verbazingwekkend goed.
- Heeft vandaag gaan we snel vaak dan lig je in Google de nieuwbedachte woorden snel genoeg.
- Vaak zijn het dan ook juist de nieuwbedachte woorden die ‘woord van het jaar’ worden.
Als het goed is, heb je een vrij helder idee van welke zinnen ‘kloppen’ en welke niet. Maar hoe werkt dat dan? Waarom zeggen we dat sommige van deze zinnen niet mogelijk zijn en anderen wel?

We weten dat een zin oneindig veel woorden kan hebben (zie #7 - Knowing a Language Part 3: Creativity) en dat het aantal mogelijke zinnen oneindig is. En hoe slim je ook bent, je hersenen hebben hun beperkingen. Je zou dus nooit een soort database kunnen hebben van alle mogelijke zinnen. Bovendien zou je dan ook niet kunnen bepalen of een nieuwe zin, die je nog niet eerder gezien hebt, goed is. Blijkbaar zijn er dus bepaalde regels voor het vormen van zinnen die ons in staat stellen om nieuwe zinnen te vormen en te interpreteren. Deze regels moet je al op jonge leeftijd leren. Gelukkig is het leerproces grotendeels onbewust en gaat het dus eigenlijk automatisch!

Ten slotte nog een leuk voorbeeld van mijn 3-jarige zoontje die zichzelf midden in dit leerproces hardop verbetert (wij zeiden verder niets):
I want to not wait until the sun is up.
I wanna not wait until the sun is up.
I don’t want to wait until the sun is up.
Ik: "Heeey, well done!"

Saturday, March 14, 2020

ITL #6 - Knowing a Language Part 3: Creativity


Ooit wel eens iemand horen zeggen: ‘ik ben niet zo creatief’? Well, hold that thought!

In de vorige blogposts ging het over de klanken en woorden van een taal; onderdelen van de taal die je kent wanneer je de taal beheerst. In deze blogpost voegen we daar het creatieve* aspect aan toe.

*van ‘creëren’, het maken/scheppen van nieuwe dingen.

Zoals je weet gebruiken we in het dagelijkse leven veel uitdrukkingen die we vaak herhalen. Uitdrukkingen als:
Wat zeg je? 
Het gaat straks regenen.
Gefeliciteerd met (de verjaardag van) je broer!
Of in het Engels:
Nice to meet you.
How are you doing?
Have fun!
en andere veelgebruikte standaardzinnetjes die handig zijn om te leren.

Maar veel van de dingen die we zeggen, hebben we nog nooit eerder gezegd. Soms komt er ook wel eens een zin uit je mond waarvan je meteen zoiets hebt van ‘yeap, dit heeft nog nooit iemand eerder gezegd’. Dit is voor veel mensen een leuke realisatie omdat het bedenken van een nooit eerder bedachte zin ook gezien kan worden als een bevestiging van de originaliteit van een individu. Er zijn zelfs hele subreddits, zoals deze en deze
, speciaal voor het delen van nieuwe en originele zinnen.

Laten we vooral ook niet vergeten dat originaliteit een zeeeer belangrijke rol speelt bij het menselijke flirtproces/paringsproces in de vorm van foute openingszinnen). Eh, toch?

Maar denk ook aan bedrijfsnamen en slogans. Hoe catchier (pakkender) ze zijn, hoe beter. Meestal wordt er dan ook veel tijd gestoken in het bedenken van een goede, originele naam/slogan. Lees hier bijvoorbeeld de verhalen achter de namen en slogans van een aantal bekende bedrijven. 

Net als bij veel andere bedrijven is ook de naam van mijn onderneming (‘Trustwordy’) een woordspeling: ‘Trustworthy’ (betrouwbaar) maar dan met ‘wordy’ omdat mijn werkzaamheden met taal, en dus woorden, te maken hebben.

Al onze creativiteit, samen met een aantal belangrijke eigenschappen van taal waar ik zo op terug zal komen, zorgt ervoor dat het het aantal mogelijke zinnen die we kunnen bedenken ONEINDIG is.

Sterker nog. In theorie zou zelf één enkele zin oneindig lang kunnen zijn. Eén van de eigenschappen van taal is namelijk dat je meerdere bijvoeglijke naamwoorden (adjectives) achter elkaar kunt gebruiken. Bijvoorbeeld:
De vriendelijke, oude, ietwat demente man.
In principe is er geen limiet aan het aantal herhalingen en kun je zelfs hetzelfde bijvoeglijk woord blijven herhalen:
De oude, oude, oude, oude, oude, oude, oude, oude, oude, oude man.
Op die manier benadruk je dus hoe oud de man is ... maar of de beschrijving dan nog interessant is, is natuurlijk nog maar de vraag. Hoe dan ook, grammaticaal gezien kan het!

Een ander onderdeel van de taal dat oneindig lange zinnen mogelijk maakt is de bijzin (subclause). Alle talen hebben deze eigenschap en ze stellen je in staat om een zin steeds verder uit te breiden:
De hond achtervolgde de kat.
De hond, nog slaperig van zijn middagdutje, achtervolgde de kat.
De hond, nog slaperig van zijn middagdutje, verblind door de zon die door de nieuwe, fel rode achterdeur naar binnen scheen, achtervolgde de kat zonder enig besef van de onzinnige taal die zou worden gebruikt om zijn slecht verzorgde vacht – nee maar echt niet normaal slecht hoor -, zijn opvallende, afwijkende renbeweging – veroorzaakt door het feit dat zijn baasje hem in een jolige bui sokken had aangetrokken tijdens het eerdergenoemde middagdutje – en zijn donkerbruine vermoeden dat dit soort ‘grapjes’ vaker zouden kunnen gaan plaatsvinden daar zijn baasje voor de komende 2 weken thuis zou zijn vanwege het COVID-19 virus te beschrijven.
Zo zou je nog een tijdje door kunnen gaan en sommige mensen zien het bedenken van extreem lange zinnen als een leuke uitdaging. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze 65 lange zinnen uit de literatuur. De langste zin in dat rijtje heeft 2156 woorden en het lijkt erop dat het huidige record voor de langste zin een compleet boek is met één zin van maar liefst 13955 woorden (The Rotter’s Club van Jonathan Coe)!

Een andere plek waar lange zinnen als iets goeds worden gezien is bij jonge kinderen. Daar wordt namelijk regelmatig gekeken naar de lengte van de zinnen die ze maken om een idee te krijgen van hun taalvaardigheid. Zo vormde mijn oudste zoontje, toen hij net 2 jaar was, de volgende, redelijk lange zin nadat hij net een tweede bal uit z’n bad had gegooid:
‘Now there two balls out of the bath!’
Voor zijn leeftijd was dat toen best goed!

Zinnen die té lang zijn, zijn natuurlijk lastiger om te volgen. De ontvanger moet namelijk meerdere verschillende ideeën gaan verwerken. Als we met schrijfvaardigheid bezig zijn, raad ik mijn leerlingen dan ook altijd aan om hun zinnen redelijk kort te houden. Deze korte tekst, die gaat over de lengte van zinnen en het ‘schrijven van muziek’, legt dit principe perfect uit!

Dat brengt mij bij het volgende punt: als je een taal kent, kun je ook nieuwe zinnen uit die taal begrijpen. Het boek Introduction to Language illustreert dit met de volgende zin:
Daniel Boone decided to become a pioneer because he dreamed of pigeon-toed giraffes and cross-eyed elephants dancing in pink skirts and green berets on the wind-swept plains of the Midwest.
Het gaat helemaal nergens over, maar je begrijpt wel wat er staat, afhankelijk van hoe goed je de Engelse taal beheerst.

Dus creativiteit is een essentieel aspect van taal. Het stelt ons in staat om enorm veel dingen te verwoorden en zo creëren we elke dag weer compleet nieuwe zinnen. Natuurlijk is de ene mens creatiever dan de ander maar eigenlijk zijn mensen in het algemeen dus behoorlijk creatief!

Funfact: er schijnen in totaal meer dan 130 miljoen boeken te zijn uitgebracht. En dat is alleen nog maar de geschreven taal!

Thursday, March 5, 2020

ITL #5 - Knowing a Language Part 2: Words (vervolg)

Aan het einde van de vorige blog (link) noemde ik kort dat er weinig of geen verband lijkt te zijn tussen woorden en hun betekenis en dat ik hier nog op terug zou komen. Bij deze!

Heb je ooit iemand “What’s in a name” horen zeggen?
Sue: I want to buy this pair of jeans.
Mother: This other pair is much cheaper.
Sue: But it doesn't have the designer brand name.
Mother: What's in a name?
Our company values experience and proven ability over the various degrees and titles that appear on your résumé. What's in a name, that's our opinion.
Oorspronkelijk komt deze quote uit het toneelstuk Romeo & Juliet van William Shakespeare. Zoals je misschien al weet gaat het in dat verhaal over 2 tieners met een ingewikkelde relatie vanwege de haat tussen hun families. Juliet betreurt de naam van Romeo. Want, redeneert ze, als hij een andere naam zou hebben, zou de vete tussen de families geen probleem zijn voor hen!
Only your name is my enemy. You’d be yourself even if you ceased to be a Montague. What’s a Montague, after all? It’s not a hand, foot, arm, face, or any other body part. Oh, change your name! What’s the significance of a name? The thing we call a rose would smell as sweet even if we called it by some other name. So even if Romeo had some other name, he would still be perfect.
Oftewel, wat maakt de naam nou uit?!

Wanneer Shakespeare het heeft over de roos, observeert hij dus eigenlijk dat er geen relatie is tussen woorden en hun betekenis.

Denk eens aan woorden zwart, straat en gehaktbal. Is er een verband tussen deze ‘opeenvolging van nietszeggende klanken’ en wat we met deze woorden bedoelen? Nee! We zien wel dat ‘gehaktbal’ (gaar voorbeeld misschien) bestaat uit ‘gehakt’ en ‘bal’. En ‘gehakt’ komt natuurlijk van het werkwoord ‘hakken’. Maar ‘hak’ en ‘bal’? Nope. Alle logica ontbreekt.

Funfact: dit onderwerp - de link tussen woorden en hun betekenis - is niet bepaald nieuw. Plato (400 BC) had het er bijvoorbeeld ook al over! Zie link.

Linguïsten (taalwetenschappers) zijn het er dus over eens te zijn dat de relatie tussen woorden en hun betekenis arbitrair (willekeurig) is. Er zijn echter wél groepen woorden die in beperkte mate wat systeemmatigheid laten zien.

Allereerst is er de categorie onomatopoeia (van het Griekse “naam” en “ik maak”). Dit zijn woorden die bepaalde geluiden imiteren of suggereren of er op een of andere manier op lijken. Een groot onderdeel binnen deze groep zijn de dierengeluiden. Denk daarbij aan uitdrukkingen als:
kukeleku, twiet twiet, waf waf, miauw miauw, knor knor, etc.
Wist je trouwens dat deze, net als veel onomatopoeia, soms (compleet) anders zijn in andere talen? In het Engels heb je bijvoorbeeld:
cock a doodle doo, chirp chirp, bow wow, meow, oink oink. 
Op deze website kun je een flink aantal geluiden en talen vergelijken. Altijd leuk!

Waar je ook veel onomatopoeia tegenkomt, is in stripboeken.
Crash! Pow! Blam! Crack!
Zo kwam ik de volgende website tegen waar ze een heleboel van dit soort termen op een rijtje hebben gezet, inclusief een link naar de bron. Click!

Een andere kleine vorm van structuur in de taal bestaat uit bepaalde combinaties van klanken die op één of andere manier toch iets te maken hebben met een bepaald concept. Zo zie je in stripboeken regelmatig woorden die eindigen in -ash. Ze beschrijven vaak acties met een krachtige impact.
Bash, clash, crash, dash, flash, gnash, lash, mash, quash, slash, smash, splash, squash, thrash!
Daarnaast zijn er veel Engelse woorden die beginnen met ‘gl’ en die iets te maken hebben met zicht.
Glare, glint, gleam, glitter, glossy, glaze, glance, glimmer, glimpse en glisten. 
Maar woorden als gladiator, glucose, glory, glutton en globe, die ook beginnen met ‘gl’ zijn ongerelateerd.

Een ander voorbeeld, dat in ieder geval een rol lijkt te spelen in Engels, Nederlands en Duits is ‘sn’ voor woorden die te maken hebben met het mond/neus-gebied.

Engels: snap, sneer, sniff, snore, snot.
Nederlands: snakken, snavel, snoet, snor, snuffelen.
Duits: Schnabel, schnarben, schnaufen, schneuzen.
 
Dit zijn allemaal voorbeelden van zogenoemde phonesthemes (van het Griekse “geluid” en “ik neem waar”). Volgens dit onderzoek zijn phonesthemes onderdeel van de taal omdat ze ons op ons helpen om 1) sneller nieuwe woorden te leren  en 2) effectiever te communiceren.

Tot slot vergelijken de schrijvers van ‘Introduction to Language’ gewone talen af en toe met gebarentalen omdat dit vaak interessante inzichten oplevert. Wat betreft de link tussen woorden en hun betekenis is het bij gebarentaal namelijk vaak wél zo dat de gebaren iets te maken hebben met de betekenis. Een goed voorbeeld hiervan is het gebaar voor drinken. Dat lijkt namelijk op het vasthouden en drinken uit een glas. Echter kunnen deze gebaren, net als woorden in normale taal, veranderen door de jaren heen. Zo kan ik mij goed voorstellen dat het gebaar voor eten, zoals je in deze video kunt zien, ooit misschien nog wat meer leek op de actie die het beschrijft.

Conclusie: wil je een nieuwe taal leren? Dan zullen je hersenen links moeten gaan creëren tussen de ‘opeenvolgingen van nietszeggende klanken’ en hun betekenis. Gelukkig zijn je hersenen heel slim en is het leerproces makkelijker dan je denkt!

Bonus 1: Op deze website leggen ze het oorspronkelijke script van Romeo & Juliet (Early Modern English) naast een modernere vertaling (Modern English). Leuk om te vergelijken en te kijken hoe goed je het origineel kunt volgen. Uiteraard kun je natuurlijk ook gewoon eens de moderne versie lezen. Mijn ervaring met oudere teksten is dat je eerst een paar pagina’s moeten lezen voordat je gewend raakt aan de verschillen met de moderne taal. Vervolgens wordt het steeds makkelijker!

Bonus 2: Bij dierengeluiden moet ik ook altijd denken aan een fragment over vogelgeluiden uit een show van cabaretier Bert Visscher. Aanrader! Waarschuwing: hij kan soms wat grof zijn. Link.

Bonus 3: Onderzoek naar phonesthemes voor de docenten/linguïsten onder ons. Tip: sowieso even de conclusie lezen!

Thursday, February 27, 2020

ITL #4 - Knowing a Language Part 2: Words

In de vorige blog ging het over hoe elke taal een beperkt aantal klanken heeft. Vandaag gaan we kijken naar de betekenis van deze klanken, oftewel, woorden!

Misschien heb je er nog nooit zo bij stilgestaan maar als je een taal kent, houdt dat in dat je begrijpt dat sommige opeenvolgingen van klanken een bepaalde betekenis hebben. Als iemand de klanken van het woord ‘hijskraan’ uitspreekt, in de juiste volgorde, en je kende dat woord al, dan hérken je het namelijk. Tenminste, je hersennen triggeren één of meerdere associaties die jij hebt bij het concept ‘hijskraan’. Of jouw begrip van het woord ook correct is, is natuurlijk een tweede vraag. Voor hetzelfde geld denk je nu aan een waterkraan die je omhoog moet bewegen om er water uit krijgen.

De volgorde van de klanken is belangrijk. ‘Kraanhijs’ heeft geen betekenis. Maak je dit soort fouten vaak, dan lig je binnen de korste keren in het ziekenhuis voor hersenonderzoek.

Ook moeten het de juiste klanken zijn. Als je ‘heeskraan' zegt, zorgt dat voor verwarring. In dit geval valt het misschien mee omdat er verder geen woorden zijn die er op lijken, maar je begrijpt wat ik bedoel.

De associaties en concepten leer je vanzelf, naarmate je meer met de taal bezig bent. Sommigen zijn vrij simpel; anderen meer complex. Denk bijvoorbeeld eens aan het concept ‘democratie’. Door de jaren heen is je begrip daarvan steeds verder ontwikkeld. Ook worden er regelmatig nieuwe woorden bedacht voor concepten die we snel en gemakkelijk met één woord willen kunnen aanduiden. Vaak is het een hele uitdaging om een ingewikkeld concept samen te vatten in één woord. Maar wanneer dat goed lukt, verspreiden deze woorden zich snel. Vaak zijn het dan ook juist de nieuwbedachte woorden die ‘woord van het jaar’ worden. Denk aan weigerambtenaar, plofkip, sjoemelsoftware, brexit en laadpaalklever. Overigens is ‘boomer’, het woord van het jaar 2019, een woord dat al heel lang bestaat. Best ironisch dat vooral de jeugd, die het woord waarschijnlijk nog niet kende, het ziet als een leuk, nieuw woord om oudere mensen oud of ouderwets te noemen. Ach, en misschien denk je nu wel: “OK, boomer”.

Ten slotte moet je weten waar het woord begint en waar het eindigt. Anders kun je het niet herkennen wanneer iemand het in een zin gebruikt. Om dit te illustreren heb ik een willekeurig Nederlands verhaaltje van Google geplukt en dit in Google Translate geplakt nadat ik alle spaties en leestekens er uit had gehaald. Luister hier naar het monsterlijke resultaat. De talen staan op Spaans en Frans zodat je een beter idee krijgt van hoe slecht dit voor hen te volgen is. Als je ‘Detect language’ klikt, klinkt het nog verbazingwekkend goed. Is dat omdat de AI van Google de woorden herkent en toch wat onderscheid weet te creëren door o.a. de klemtoon goed te plaatsen? Of is het puur omdat je de Nederlandse taal (her)kent en de onderlinge woorden snel genoeg kunt verwerken?

Overigens  heb je in normaal taalgebruik korte pauzes tussen de zinnen, en soms ook tussen de woorden van een zin. Verder zijn zinnen in principe echter een redelijk strakke opeenvolging van nietszeggende klanken. Tenminste, tenzij je de taal, en dus de woorden, kent.

Dit is ook precies wat een Amerikaanse leerling, die Nederlands van mij krijgt, onlangs aangaf: “the words blur together so it’s difficult for me to recognise them in spoken language”. Als je de woorden van een taal dus niet goed genoeg kent, lijken ze in elkaar over te lopen.

Ten slotte nog een laatse funfact over de relatie tussen woorden en hun betekenis: er lijkt weinig of helemaal geen verband te zijn! Hier valt echter veel over te zeggen en dus wil ik er graag volgende week op terugkomen in een vervolg op deze post.

Bonus: het bedenken van lange woorden is voor sommigen ook een leuke sport. Denk bijvoorbeeld aan woorden als ‘Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedenplan’. Zie link voor meer. Je moet de taal redelijk goed beheersen om te begrijpen waar het hier over gaat!

Thursday, February 20, 2020

ITL #3 - Knowing a Language Part 1: Sound System

Wat hebben de volgende woorden met elkaar gemeen?
  • Taumatawhakatangihangakoauauotamateapokaiwhenuakitanatahu
  • Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch (Hoe zeg je dat? Link!)
  • Äteritsiputeritsipuolilautatsijänkä
Juist. Het zijn allemaal veel te lange plaatsnamen (gevonden op: link).

Even ter illustratie:
“Ik ben Wouter, geboren in Taumatawhakatangihangakoauauotamateapokaiwhenuakitanatahu en opgegroeid in Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. We verhuisden naar Äteritsiputeritsipuolilautatsijänkä toen ik 12 was en nu woon ik in Azpilicuetagaraicosaroyarenberecolarrea”.

Dan toch liever Dordrecht, Zwijndrecht, Kampen en Zwolle, in die volgorde.

Vanwege hun lengte zijn ze misschien zelfs lastig om uit te spreken in de moedertaal van de bewoners. Voor ons als Nederlanders speelt er echter nog een ander probleem: sommige van de klanken in die namen kennen wij helemaal niet!

Als kind krijg je al te horen dat er veel “leenwoorden” in de Nederlandse taal zitten. Dat zijn woorden die oorspronkelijk uit een andere taal komen en die wij hier ook gewoon gebruiken, vaak omdat we er zelf geen apart woord voor hebben. Ik herinner mij nog dat ik dit destijds op de basisschool uitgelegd kreeg in verband met de spelling van woorden als ‘bureau’. Denk ook aan woorden als:
  • (Engels) computer, corner, e-mail (Let op: de Engelse spelling is ‘email’!), laptop, mountainbike, etc.
  • (Frans) ambulance, ballon, chauffeur, café, humeur, surprise, visite, etc.
  • (Duits) - schnitzel, überhaupt, zeppelin, apfelstrudel, föhn, etc.
  • (Latijn) - agenda, datum, museum, professor, etc.
Vaak spreken we de woorden op een andere manier uit dan dat de oorspronkelijke ‘eigenaren’ dat doen; namelijk met klanken die al in onze eigen taal voorkomen. Luister bijvoorbeeld eens naar de verschillen in de volgende geluidsfragmenten:
ballonlaptop - schnitzel

Dit doen we vooral omdat de woorden die onderdeel zijn van onze taal (inclusief leenwoorden) ook moeten klinken als onze taal. Wat is namelijk het probleem met leenwoorden? Er zijn een flink aantal klanken die wij in het Nederlands niet hebben! Luister nog eens goed naar de ‘a’ in de Engelse uitspraak van ‘laptop’. Hoor je weinig of geen verschil? Dat komt omdat je de klank (nog) niet goed genoeg kent. En dus zeggen wij in Nederland eigenlijk ‘leptop’ omdat onze ‘e’ het dichtst in de buurt komt van die klank.

Andere voorbeelden zijn de Engelse ‘th’-klanken (als in that en teeth). En Engelstaligen kunnen op hun beurt onze ‘(s)ch’- en ‘ui’ klank niet uitspreken. En hoe spreken Engelsen het van oorsprong Franse ‘bureau’ dan uit? Link!

En wat als je een andere taal wilt spreken? Yep. Dan moet je dus die andere, en voor jou nieuwe,  klanken gaan leren. De eerste stap is leren dát andere talen vrijwel altijd klanken hebben die anders zijn. Maar dat wist je waarschijnlijk al. Bewust of onbewust.

Vervolgens moet je erachter komen wat de specifieke verschillen zijn en moet je veel gaan oefenen. Eerst herkennen. Dan toepassen. Vervolgens is het een kwestie van uitkijken dat je niet uit automatisme terugschakelt naar de klanken uit je eigen taal. Het kan namelijk zorgen voor miscommunicatie. Zo had ik het laatst met een Amerikaan over het aaien van een huisdier: to pat a pet. Omdat ik op dat moment niet lette op de kwaliteit van de ‘a’-klank, zei ik dus eigenlijk ‘to pet a pet’. Dat zorgde voor de nodige verwarring.

Overigens kun je deze andere klanken wel zodoende aanleren dat je ze onbewust goed kunt gebruiken. Zo zijn de ‘th’-klanken niet echt een probleem meer voor mij. Sterker nog, dit geldt tegenwoordig denk ik ook voor een heel groot deel van de Nederlandse jeugd op het moment dat ze het voortgezet onderwijs afronden.

Wat ook goed is om te beseffen, is dat de context vaak miscommunicatie voorkomt. Als je een dictator een ‘bad man’ wilt noemen, maar je zegt eigenlijk ‘bed men’, zal uit de context wel helder worden wat je bedoelt. Daarnaast helpt natuurlijk ook dat er in de andere taal niet altijd woorden zijn waarmee het verward zou kunnen worden. ‘Leptop’ is geen woord in het Engels, dus zal een Engelsman ervan uitgaan dat je ‘laptop’ bedoelt. Denk ook eens aan gesprekken die je in het Nederlands hebt gevoerd met mensen met een andere moedertaal. Er is best veel ruimte om fouten te maken zonder dat het al te veel invloed heeft op de communicatie!

Anyway. Ik zal later zeker nog eens terugkomen op belangrijke verschillen/tips wat betreft uitspraak. Ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen laten zien dat de verschillende klanken die bij een taal horen er een belangrijk onderdeel van zijn. Volgende keer schrijf ga ik het hebben over een ander niet onbelangrijk onderdeel van een taal: de woorden!

Bonus: voor een interessant artikel over het gebruik van leenwoorden in het Nederlands en de invloed van buitenlandse talen over de jaren heen, zie link.

Bonus 2: De integratie van leenwoorden in onze taal is een proces dat een tijdje duurt. Een mooi voorbeeld daarvan (genoemd in het volgende artikel) is de manier waarop we ‘WhatsApp’ uitspreken. Sommige mensen gebruiken een Engelse ‘w’ (geronde lippen); anderen een Nederlandse ‘w’ (ligt dicht bij een Nederlandse ‘v’). Zelf zeg ik het meestal op z’n Engels. Het hangt vooral af van tegen wie ik het zeg, vermoed ik. En jij?

Bonus 3: Om de klanken van verschillende talen te kunnen beschrijven is het International Phonetic Alphabet (IPA) ontwikkeld. Een basiskennis van dit IPA kan handig zijn bij het leren van een nieuwe taal. Sommige methodes, zoals Cambridge Empower, maken er dan ook veel gebruik van. Hoe dan ook, ik ga zeker nog op terugkomen op dit IPA, maar om alvast een beetje een idee te krijgen (aanrader!), kun je deze link checken.

Bonus 4: Funfact: blijkbaar heeft de 'Engelse' term 'yankee' een Nederlandse achtergrond! Zie link.

Thursday, February 13, 2020

ITL #2 - What is Language?

Mensen praten...
...enorm veel en vaak.
...in allerlei situaties.
...op allerlei manieren.
...met/tegen allerlei mensen.
...soms ook tegen dieren, objecten of zichzelf.
...in hun dromen, of zelfs hardop in hun slaap.
...etc.

Het punt is: taal is een gigantisch groot onderdeel van ons bestaan.

Sterker nog, zoals je in onderstaande quote kunt lezen zijn er gemeenschappen waar het kennen van tenminste één taal een vereiste is om als ‘persoon’ gezien te worden.

To some people of Africa, a newborn child is a kintu, a “thing,” not yet a muntu, a “person.” Only by the act of learning language does the child become a human being. According to this tradition, we all become “human” because we all know at least one language.

Jij ‘kent’ Nederlands. Eh.. toch? Anders zou je dit niet kunnen lezen?

Zijstapje: vroeger leerden we lezen met behulp van een methode genaamd ‘Wie dit leest’. Dus ik op zoek; kijken of ik er nog iets over kon vinden. Blijkt dat deze methode uit het jaar 9999 stamt, aldus bol.com (zie link).
Dus.. de Nederlandse taal ken je kennelijk wel redelijk. Maar wacht! Eigenlijk weet je er zo veel meer van dan je beseft! (Klinkt een beetje clickbait-achtig, of niet? WAT WEET JIJ VAN JOUW TAAL? DOE DE QUIZ! JE RESULTAAT ZAL JE VERBAZEN!)

Maar even zonder grapjes. De manier waarop wij doorgaans taal gebruiken is net als de manier waarop wij doorgaans lopen: zonder enig bewust besef van alle fysieke (natuur)krachten die daar een rol bij spelen. Daar staan we gewoon niet bij stil (sorry, toch grapjes). En dat is doorgaans ook helemaal niet nodig als we alleen onze moedertaal spreken. Neem bijvoorbeeld de manier waarop wij de ‘g’ uitspreken. Je gebruikt ‘em gewoon zoals het hoort, zonder er bij na te denken. En dat terwijl Engelstaligen er de grootste moeite mee hebben omdat die klank in het Engels niet voorkomt.

Op het moment dat je een andere taal gaat leren is een stuk taalkennis (of besef) zeer handig. Anders ben je waarschijnlijk geneigd om bepaalde elementen van je moedertaal ook te gebruiken in de andere taal; met alle gevolgen van dien. Een goed voorbeeld daarvan is het verschil in woordvolgorde tussen Nederlands en Engels. Vóór je goede Engelse zinnen kunt leren maken, moet je eerst leren dat woordvolgorde een belangrijk onderdeel is van je eigen taal (krijgen we als kind al wel te horen) maar óók dat de Engelse woordvolgorde vaak anders is!

Naast de voordelen die een stuk bewustwording kan bieden bij het leren van een andere taal vind ik het persoonlijk ook erg leuk om meer te weten te komen over taal in het algemeen. YMMV (wat betekent dat nou weer? Zie link).

In de komende blogposts zal ik dus schrijven over de taalkennis die je (onbewust) al toepast. Verwacht veel ‘oooh’- en ‘aha’-momenten.

Ter afsluiting een quote van Noam Chomsky, die volgens Wikipedia ook wel eens de ‘father of modern linguistics’ wordt genoemd (Nou. Bij deze!):

When we study human language, we are approaching what some might call the “human essence,” the distinctive qualities of mind that are, so far as we know, unique to man.
- Noam Chomsky, Language and Mind, 1968

Praktische mededeling: als het goed is kun je je nu ook opgeven voor automatisch blogupdates in het menu rechtsboven (of onderaan in mobile view). Je krijgt dan een mailtje toegestuurd wanneer er nieuwe blogposts zijn.

Toodles!
(afgeleid van Toodle-oo. Zie
link voor uitleg over de oorsprong. Ik had zelf alleen nog maar de theorie helemaal onderaan gehoord!)