Thursday, April 14, 2022

Tools #3 - Anki

In deze blog gaan we het hebben over Anki, een bijzonder goed digitaal hulpmiddel voor het onthouden van (veel) informatie. In de context van taalstudie kun je daarbij in eerste instantie denken aan vocabulaire, maar het is daarnaast ook nog veel breder inzetbaar.

Platform / Prijs

Laat ik het eerst hebben over de prijs van dit programma zodat ik je niet onbedoeld blij maak met een dode (lees: te dure) mus.

Anki is gratis voor Windows, Linux en Mac: https://apps.ankiweb.net/

Anki is ‘open source’ en voor Android heeft een derde partij een gratis versie gemaakt: Ankidroid Flashcards.

Voor iOS (Apple) kost het $25: AnkiMobile Flashcards.

Wat is Anki?

Op de website van Anki wordt het programma als volgt omschreven:

Anki is a program which makes remembering things easy. Because it's a lot more efficient than traditional study methods, you can either greatly decrease your time spent studying, or greatly increase the amount you learn.

Anyone who needs to remember things in their daily life can benefit from Anki. Since it is content-agnostic and supports images, audio, videos and scientific markup (via LaTeX), the possibilities are endless.

For example:

Learning a language 

Studying for medical and law exams

Memorizing people's names and faces

Brushing up on geography

Mastering long poems

Even practicing guitar chords!

Anki maakt gebruik van zogeheten ‘flashcards’, een studiemethode die al lang vóór het digitale tijdperk werd bedacht (1834 of misschien nog wel eerder). Kort samengevat is een flashcard een stuk papier met een vraag op één kant van de kaart en het bijbehorende antwoord op de andere kant. In Anki en soortgelijke software wordt dit digitaal gedaan, met alle voordelen van dien.

Hoe gebruik je Anki (en flashcards in het algemeen)?

Het belangrijkste idee van deze studiemethode is dat je de leerstof steeds herhaalt en dat de tussenpozen tussen deze herhalingen steeds langer worden, naarmate je de stof beter beheerst. Uiteindelijk kun je er zoveel tijd insteken als je zelf wilt, maar voor een simpele stapel vocabulairekaarten, en met het algemene doel om je woordenschat te vergroten, zou ik aanraden om er elke dag 5-10 minuten mee te oefenen. Het is geen ramp als je eens een dag overslaat, maar zoals bij zoveel dingen in het leven is een bepaalde mate van structuur een goed idee.

Als je met papieren flashcards werkt, zou je één grote stapel kaarten kunnen maken met, bijvoorbeeld, vocabulaire en voor elke studiesessie die hele stapel doorwerken. Het zou echter efficiënter zijn om de kaarten bijvoorbeeld op te splitsen in kleinere stapels, op basis van hoe goed je ze al beheerst. Dus bijvoorbeeld een stapeltje met kaarten die nog erg lastig zijn, een stapeltje kaarten die je al redelijk goed kent, etc.

Anki doet dit vóór jou en maakt dit hele proces nog een stuk efficiënter door voor elke individuele kaart te onthouden hoe goed je hem al beheerst en wanneer je die kaart weer eens moet zien/oefenen. Dit gebeurt aan de hand van een bepaald algoritme (die je overigens kunt aanpassen aan jouw persoonlijke voorkeuren; bijvoorbeeld als je de kaarten nog vaker wilt herhalen). Het enige wat je hoeft te doen, is dat je tijdens het studeren in Anki aangeeft hoe goed je het ‘antwoord’ van de kaart nog wist (Again, Good, Easy, Hard). Op basis daarvan krijg je diezelfde kaart pas weer over een bepaalde tijd te zien (zie screenshot).

Zo krijg je een kaart binnen 10 minuten weer te zien wanneer je voor de eerste keer ‘Good’ aangeeft. Als je dan nogmaals ‘Good’ aangeeft, wordt de kaart opgeschoven naar de volgende dag. En als je de volgende dag wéér ‘Good’ aangeeft bij die kaart, wordt deze vervolgens nóg verder in de toekomst gepland. En uiteraard wordt een kaart minder ver in de toekomst gepland als je ‘Hard’ aangeeft.

Door deze manier van werken krijg je tijdens je studiessessies dus alleen nieuwe kaarten te zien, en kaarten die je op dat moment weer even moet opfrissen. Superefficiënt!

Gedeelde stapels kaarten (‘decks’)

Een groot voordeel van digitale flashcard programma’s is dat men stapels kaarten met elkaar kan delen. Zo ook in Anki. In het hoofdmenu van Anki kom je via de knop ‘Get Shared’ terecht op de volgende website: https://ankiweb.net/shared/decks/. Als je vervolgens op ‘English’ klikt, krijg je alle stapels kaarten te zien die andere mensen beschikbaar hebben gesteld. Je kunt ze gratis downloaden, importeren in Anki (via het menu bovenaan) en er gelijk mee aan de slag!

Tip: het eerste resultaat is de lijst met Engelse decks is ‘4000 Essential English Words (all books) [en-en]’. Iemand heeft er veel tijd in gestoken om die stapel te maken, inclusief audio, afbeeldingen, beschrijvingen van de woorden (in het Engels) en voorbeeldzinnen (ook in het Engels). Veel beter dan dit kun je zo’n deck haast niet maken dus dit verdient een sterke aanbeveling (voor leerlingen van A1 to B2 niveau)!

Je eigen decks maken

Je kunt natuurlijk ook je eigen stapels kaarten maken. Stel dat je Anki gebruikt om twee verschillende talen (of een ander onderwerp) te leren, dan wil je die kaarten waarschijnlijk gescheiden houden. Je zou eventueel nog een stap verder kunnen gaan door bijvoorbeeld verschillende stapels te maken voor werk-gerelateerde woorden en algemene vocabulaire. Of bijvoorbeeld een aparte stapel voor onregelmatige werkwoorden. Of spreekwoorden. Of grammaticaregels (want ook die zou je hiermee kunnen oefenen). Of zelfs grammaticaoefeningen (check de shared decks)!

The sky’s the limit!

Zelf flashcards maken

Ook de flashcards kun je zo simpel of ingewikkeld maken als je zelf wil. Het kan zeker de moeite waard zijn om je eens (een beetje) te verdiepen in het maken van goede, effectieve en/of efficiënte flashcards voor de stof die jij wilt leren. Het concept van leren houdt ons al sinds mensenheugenis bezig en er is inmiddels zoveel over bekend dat het zonde zou zijn om daar geen gebruik van te maken. Zo is het bijvoorbeeld beter om woorden in context te leren, is het verstandig om zelf een voorbeeldzin te denken, etc. Aan het einde van deze blogpost deel ik aantal artikeltjes met tips voor het maken van goede flashcards.

(even terzijde: net als veel andere docenten pleit ik voor nog meer aandacht voor studievaardigheden in het basis- en voortgezet onderwijs. Anders is het net alsof je die arme kinderen zelfstandig een enorme IKEA-kast laat bouwen ... zonder handleiding. Mét handleiding kost het alsnog veel tijd en is het al lastig genoeg!)

Good luck, have fun!

Anki heeft en biedt erg veel mogelijkheden en is heel breed inzetbaar. Zelf heb ik het met veel succes gebruikt tijdens mijn HBO studie voor vrijwel alle kennisvakken (inclusief een enorm grammaticaexamen). Daarnaast was het ook erg handig voor het leren van namen (met gebruik van schoolfoto’s) toen ik nog in het VO/MBO werkte.

Nu is het zo dat we leven in een tijd waarin we zo’n beetje alle informatie die we nodig hebben op het internet kunnen vinden, maar mochten er dingen zijn die jij je echt eigen wilt maken (Anki is Japans voor ‘learn by heart’), kijk dan eens of dit programma iets voor jou is. Veel leerplezier gewenst!

Extra leesmateriaal

Algemene uitleg over (papieren) flashcards: https://www.examenoverzicht.nl/examen-informatie/leren/leren-met-flashcards

Tips/handleiding voor Anki om woorden te leren: http://gregreflects.blogspot.com/2014/10/using-anki-flashcards-for-vocabulary.html

Algemene tips voor het maken van flashcards: https://blog.cambridgecoaching.com/how-to-make-baller-flashcards

Tuesday, February 1, 2022

ERK / CEFR

A2, B1, C2... De kans is vrij groot dat je deze termen wel eens voorbij hebt horen komen binnen de context van taalbeheersing. Ze zijn onderdeel van het zogeheten ERK (Gemeenschappelijk Europees Referentiekader) ofwel CEFR (Common European Framework of Reference). In deze blogpost leg ik onder andere uit wat het ERK is en waar het voor gebruikt wordt. Ten slotte laat ik zien hoe je ook zelf een inschatting kunt maken van het niveau waarop je jouw talen beheerst. Dat kan erg handig zijn ter voorbereiding op privélessen of een taalcursus, maar het kan ook leuk zijn om gewoon eens een idee te krijgen van jouw language skills!

Wat is het ERK?

Eigenlijk is het ERK een enorm framework (lees: een flink aantal documenten van elk honderden pagina’s), ontworpen door de Raad van Europa, voor het leren, lesgeven en beoordelen van taal. Het is dus vooral interessant voor beleidsmakers binnen onderwijsorganisaties, docenten, ontwikkelaars van lesmateriaal en taaltoetsen, etc. Echter, als ‘eindgebruiker’ krijg je meestal alleen te maken met de referentieniveaus en zodoende is het ook niet raar dat wanneer men het over ‘het ERK’ heeft, het vooral gaat over je niveau van taalbeheersing. In de rest van deze blogpost ga ik vooral uit van de nauwere betekenis en kijken we puur naar wat het ERK betekent voor de leerling, student, cursist, deelnemer, etc.

Het ERK en jij

Het ERK is vooral belangrijk voor werk en studie. Voor sommige opleidingen geldt een stricte toelatingseis en moet je een diploma kunnen overhandigen. Denk dan vooral aan Engelstalige opleidingen aan een universiteit. Daarnaast moet je bij veel MBO/HBO opleidingen een bepaald niveau behalen om af te kunnen studeren. Zo moeten alle MBO niveau 4 opleidingen Engels op minimaal A2-B1 niveau afronden; A2 voor de receptieve vaardigheden (lezen/luisteren) en B1 voor de productieve (schrijven/spreken/gesprekken) vaardigheden.

Ook wordt er bij meer en meer banen gevraagd om een goede beheersing van de Engelse taal (of andere talen natuurlijk). Vaak is dit in brede termen, maar soms wordt er echt om een minimaal niveau gevraagd (Google bijvoorbeeld eens op “Vacature Engels C1” om een idee te krijgen van het soort werk waar men om dit niveau vraagt.

Verder laten veel bedrijven ook taaltrainingen organiseren om het taalniveau van hun personeel, in het algemeen of van een bepaalde afdeling, op een hoger niveau te krijgen. En meestal is er ook een budget voor persoonlijke ontwikkeling waar werknemers gebruik van kunnen maken, al dan niet naar aanleiding van een functioneringsgesprek. En voor je het weet krijg je dan een training of privéles van yours truly!

Ten slotte kan het natuurlijk ook gewoon leuk en interessant zijn om te weten hoe goed je Engels, Duits, Frans, etc. is.

Overzicht zelfbeoordelingsraster

Onderdeel van het ERK is een zelfbeoordelingsraster waarmee je jouw eigen taalbeheersing kunt beoordelen. Zometeen laat ik je zien hoe dat werkt, maar laten we eerst even kijken naar de opbouw van dit hulpmiddel.




Deelvaardigheden

Binnen het ERK wordt taalbeheersing opgesplitst in vijf verschillende deelvaardigheden: 

  • Luisteren
  • Lezen
  • Productie
  • Interactie
  • Schrijven

Soms worden net iets andere termen gebruikt (interactie wordt ook wel ‘gesprekken’ genoemd). En binnen het taalonderwijs worden natuurlijk ook wel eens andere onderverdelingen gehanteerd, zoals dus de eerder genoemde productieve tegenover receptieve vaardigheden of geschreven tegenover gesproken taal. Hoe dan ook, ongeacht verdere onderverdelingen of andere benamingen, bij een niveaubepaling aan de hand van het ERK komt het er altijd op neer dat de vijf bovengenoemde vaardigheden worden beoordeeld.

Niveaus:

Voor elke deelvaardigheid krijg je een bepaalde score. Van laag naar hoog zijn dit: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Om de vertaalslag te maken naar ‘gewone taal’ worden daarbij vaak de volgende termen gehanteerd:

  • Basic User (basisgebruiker): A1-A2
  • Independent User (onafhankelijke gebruiker): B1-B2
  • Proficient User (vaardige gebruiker): C1-C2

Can-do statements

Het niveau wordt bepaald aan de hand van zogeheten ‘can-do statements’. Dit zijn beschrijvingen van communicatieve vaardigheden waarbij wordt gekeken of je iets wel of niet kunt in de desbetreffende taal. Deze beschrijvingen zijn met opzet behoorlijk breed/vaag verwoord, zodat het hele ERK ook breed inzetbaar is. Bijvoorbeeld:

A2 Luisteren: Ik kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over mezelf en mijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Ik kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke eenvoudige boodschappen en aankondigingen volgen.

Dus als je alle bovenstaande dingen in het Engels kunt, kun je zeggen dat je Engelse luistervaardigheid minstens A2 niveau is. En als je alle vijf de vaardigheden op A2 niveau beheerst, kun je zeggen dat jouw Engels minstens A2 niveau is.

Overigens heeft de Raad van Europe ook een document met globale beschrijvingen per niveau (in plaats van per vaardigheid). Dit kun je zien als een samenvatting en opsomming van alle can-do statements van een bepaald niveau. Van dit document bestaat geen officiële Nederlandse vertaling, maar hier kun je de Engelse versie bekijken.

Voorbeeld van een algemene niveaubeschrijving:

A2: Can understand sentences and frequently used expressions related to areas of most immediate relevance (e.g. very basic personal and family information, shopping, local geography, employment). Can communicate in simple and routine tasks requiring a simple and direct exchange of information on familiar and routine matters. Can describe in simple terms aspects of his/her background, immediate environment and matters in areas of immediate need.

Self-assessment

Alright. Tijd voor een self-assessment!

Eigenlijk wijst het schema zichzelf, zeker na bovenstaande introductie, maar de instructies die ik mijn leerlingen meestal geef zijn als volgt:

  • Open het bestand. Klik hier voor de Nederlandse versie of hier voor de Engelse versie.
  • Doe het volgende voor elke vaardigheid (begin bij luisteren) en elk niveau (begin telkens bij A1)
    • Lees de can-do statements in de beschrijving van dit niveau van deze vaardigheid (dus eerst luisteren A1).
    • Bedenk voor jezelf of jij deze dingen zou kunnen doen in de doeltaal. Het helpt om specifieke voorbeelden te bedenken. Het liefst zijn dit dingen die je in het echt al eens hebt gedaan (bijvoorbeeld een kennismakingsgesprek in het Engels), maar je kunt natuurlijk ook een inschatting maken van hoe je je zou redden in denkbeeldige situaties.
    • Denk je dat je alle onderdelen (can-do statements) al kan?
      • Zo ja, ga door naar het volgende niveau van deze vaardigheid. Komt je uiteindelijk bij C2 uit en beheers je dat ook? Excellent! Schrijf maar op.
      • Zo nee, dan is het vorige niveau je huidige niveau. Maak er een aantekening van. Als je een taalvaardigheid nog niet op A1 beheerst, wordt ook wel eens gezegd dat je op A0 niveau zit.
    • Ga door naar de volgende taalvaardigheid (lezen, interactie, etc.) en doe daar hetzelfde.
  • Zodra je een inschatting hebt gemaakt van jouw beheersing van elke taalvaardigheid, kun je ook een inschatting maken van jouw gemiddelde taalniveau.

Wat kwam er voor jou uit deze zelftest? Was dit wat je had verwacht? Verandert het iets aan de manier waarop je kijkt naar je huidige taalbeheersing of doelen?

De meeste Nederlanders beheersen de receptieve vaardigheden (lezen/luisteren) op een wat hoger niveau dan de productieve vaardigheden. Vooral vanwege alle Engelse films, Youtube, etc. Daarbij heb ik het idee, en veel van mijn oudere leerlingen herkennen dit ook, dat er vroeger (ook in mijn tijd) minder tijd en aandacht was voor spreekvaardigheid in het onderwijs. Ik heb echter ook wel eens les gegeven aan iemand die heel zijn leven al Engels had gesproken op de werkvloer van een internationaal bedrijf, maar waar lees- en schrijfvaardigheid onbelangrijk waren en dus achterbleven.

Gerelateerd fun fact: Nederlanders zijn de #1 van de wereld wat betreft Engelse vaardigheden in landen waar het niet de moedertaal is.

The end

Afrondend, het ERK is dus een breed inzetbaar hulpmiddel voor het bepalen van het niveau van taalbeheersing en hopelijk heb je nu een beter idee van wat het is en wat het voor jou betekent!

Bonus link: voor een korte geschiedenis van de ontwikkeling van het ERK, check deze pagina van de Raad van Europa!

Friday, December 31, 2021

PT (Pronunciation Tips) #1 - Connected Speech

Vanwege de drukte even een korte (maar krachtige!) blog post:

Vaak is er in het taalonderwijs, en dan denk ik met name aan het VO en MBO,  wel wát aandacht voor uitspraak, maar niet al te veel. En dan gaat het voornamelijk over 'word stress' (de klemtoon). Sentence stress (klemtoon in zinsverband), en connected speech (hoe het uiteindelijk klinkt in alledaags gebruik) worden vaak achterwege gelaten. Al deze onderwerpen wil ik ooit nog eens nader toelichten in mijn blogs, maar vandaag, en vanwege bovengenoemde drukte, houd ik het even bij het delen van erg goede, duidelijke en bondige video over deze onderwerpen.

Voor ik het filmpje deel; eerst een beetje achtergrondinformatie.

Ik zal nooit het voorbeeld vergeten dat mijn docent van de lerarenopleiding ons gaf over dit fenomeen. Hij schreef de fonetische transcriptie (een manier om, in een speciaal alfabet, op te schrijven hoe iets daadwerkelijk klinkt) op het bord en vroeg ons wat er stond. Het klonk als 'foebele' en niemand had ook maar enig idee wat het betekende. Het was dus een echte eye-opener toen hij uitlegde dat je dit bijvoorbeeld kunt horen als kinderen, in alledaags taalgebruik, aan elkaar vragen: "kom je voetballen?".


'Gewone spreektaal' is meestal dus wel wat anders dan simpelweg alleenstaande woorden achter elkaar uitspreken. Als je dat laatste doet, krijg je zo'n overdreven gearticuleerde uitspraak die best apart kan klinken. Dit geldt voor Nederlands, maar natuurlijk ook voor Engels. Echter denk ik wel dat connected speech meer een aandachtspunt is voor de wat gevorderde leerling; niet essentieel voor effectieve communicatie, maar wel handig om een betere indruk te maken, meer zelfvertrouwen te krijgen en weer wat dichter bij dat '(near-)native level' te komen. Ook als je zelf nooit hebt stilgestaan bij het concept van connected speech, heb je onbewust echt wel verschillen gemerkt tussen native en non-native speakers en connected speech speelt daar een grote rol bij!

En de beginnende leerling dan? Is het terecht dat schoolboeken meestal maar weinig aandacht besteden aan dit soort zaken? Well, meestal hebben die het druk genoeg met andere zaken (vocabulaire, grammatica, etc.). In mijn ervaring werkt het voor de meeste leerlingen/cursisten echter wel erg motiverend om af en toe ook eens wat te horen/leren over eigenschappen van taal die normaal gesproken achterwege worden gelaten. Taal is een cruciaal onderdeel van ons alledaagse leven dus geen wonder dat het interessant is om er meer over te leren. Dit was ook één van mijn hoofdredenen om twee jaar geleden te beginnen met deze blog, waar één van de eerste blog posts ook over de relatie mens-taal ging. En mocht de beginnende leerling de mentale capaciteit hebben om óók bewust te luisteren naar  bijvoorbeeld de patronen van connected speech, dan is dat alleen maar mooi meegenomen!

Afrondend; ik hoop dat het voor jou, beste lezer, weer een leerzame en interessante blog post was. En mocht je ooit een taalnerd tegenkomen met een Schwa-shirt, dan weet je ook weer waar dat over gaat :)

Thought-provoking bonusvraag: denk je dat mensen vroeger, toen men nog niet kon lezen en schrijven en de woorden dus minder visueel ervaarden, zich meer bewust waren van (verschillen in) uitspraak?

p.s. Fijne jaarwisseling en een voorspoedig 2022 gewenst!

Thursday, October 14, 2021

Kids Quotes #3

Zojuist heb ik het document met quotes van onze kids weer eens bijgewerkt. Waar mijn ouders vroeger trachten om wat leuke opmerkingen van de kinderen op schrijven in een notitieboekje, hebben mijn vrouw en ik een WhatsApp ‘groep’ waar we quotes in opnemen (soms geschreven; soms als voice recording, als dat wat handiger is op dat moment). Eens in de zoveel maanden werk ik dat dan bij in een Google Docs bestand dat ook weer gedeeld is met mijn vrouw. Een vrij prettige werkwijze wat mij betreft; mochten er nog ouders zijn die ook zoiets willen doen.

Omdat de kinderen thuis alleen Engels spreken, en omdat mijn vrouw en ik (beiden docent Engels) sowieso extra goed letten op alle taaldingetjes, zitten er altijd wel wat leuke taalgerelateerde quotes tussen. In eerdere blogposts heb ik hier al wat van gedeeld (zie Kids Quotes #1 en Kids Quotes #2) en zodoende zijn we nu beland bij Kids Quotes #3!

De volgende quotes komen allemaal uit het 4e levensjaar van mijn oudste zoontje (‘L’ in de quotes). W ben ik. C is mijn vrouw. Kijk maar of je de logica kunt ontdekken!


Engels en Nederlands door elkaar halen

L: I don’t durf to touch it.

L: Ik ben hongerig voor rozijntjes.

W, talking about stokbrood and L thinking W meant bread sticks.

L: Dat is heel veel zacht.

L: Als koud als de sneeuw en ijs! (talking about ice cream)


Nieuwe woorden/termen!

L, tipping the wooden train tracks from the box onto a blanket: Woah! That was really unnoisy!

L: Daddy, here are my swin- .. swimming trunks.
*L laughs and we talk about it for a bit*
L: swinging trunks are for the swings and swimming trunks are for swimming.
L just came up with the term ‘bye-five’.

L, coining the term ‘oprusten’ as we approach a bench.

W: So there were 3 other kids?
L: Yes. And I was the fourthest.

W tries to high five L.
L doesn’t do anything.
W high-fives L’s face.
L: Then it’s called face five!

L: Let’s take the long cut.


Fun with language

C talking about learning Spanish.
L, fully aware of the joke he's making: learning spinach.

L, pointing at a picture of a firefighter / fireman: Vuurman!

L: So we're the neighbour’s neighbours.


Countable vs uncountable nouns (I guess I must've mentioned that grammar rule to him)

L commenting on a BIG group of monsters in some video game: Wow, so much!
W, gently correcting L: So many :)
L: Well, I can't count them at all.


En deze laatste...
I guess we’ll never know.

L: Wat als stevig een uil was?
W: .. huh?
L: Stevig is sturdy in Dutch
W: .. Wat als stevig ... een uil was?
L: ... daddy, sorry, I can't talk anymore. I've got to eat now.

Thursday, September 9, 2021

CM (Common Mistakes) #1 - ID vs Idea

Vorige keer schreef ik over het onderscheid in uitspraak tussen d/t in het Engels en daarvoor had ik mijn Photoshop ‘skills’ weer een beetje afgestoft om een beeld te schetsen bij het verschil in uitspraak tussen ‘iPot’ en ‘iPod’. 

Lang geleden kwam ik namelijk de volgende (geniale) blogpost tegen, over het verschil tussen ‘alot’ en ‘a lot’. Gelukkig heb ik zelf nooit problemen gehad met deze veelvoorkomende taalfout, maar ‘de alot’ is zo goed blijven hangen dat ik ‘em nog steeds regelmatig deel met leerlingen. En als een leuk verhaaltje of een handige ezelsbrug er voor kan zorgen dat iets zó goed blijft hangen, vind ik het een leuke uitdaging om soortgelijke, memorabele voorbeelden te bedenken. 

Zodoende: ID vs Idea!

(Deze neppe ID-kaart ging in 2019 viral op het internet. Een Canadese man zou de kaart hebben gebruikt om wiet te kopen.)


ID vs Idea

Over de jaren heen heb ik de volgende fout behoorlijk vaak gehoord: mensen die ‘ID’ [aj-die] zeggen terwijl ze ‘idea’ [aj-die-uh] bedoelen. Vaak stel ik mij dan een situatie voor waar iemand enthousiast is over de kwaliteit van je ID-kaart (“Great ID!”). Leuk maar ook handig, want als je dit soort verschillen in uitspraak (en betekenis) éénmaal hoort, kun je jezelf makkelijk corrigeren.

ID vs Idea: hoe dan wel?

Je zou dus simpelweg ‘aj-die’ kunnen zeggen en er ‘uh’ achteraan plakken. Dat is de Amerikaanse uitspraak. Probleem opgelost.

Maar laten we ook even naar de fonetische transcriptie* kijken voor het geval je liever voor een Brits accent gaat (en ook voor een stukje bewustmaking).

ID (zowel Amerikaans als Brits Engels - je moet een stukje naar beneden scrollen):
/ˌaɪˈdiː/

Amerikaans: /aɪˈdiː.ə/
Brits: /aɪˈdɪə/ 

Voor de Britse uitspraak zit het verschil tussen ‘ID’ en ‘idea’ vooral in de laatste klank in het woord: ɪə. ɪə is een zogeheten diftong (of tweeklank), een combinatie van twee klanken binnen een lettergreep, die wij in het Nederlands niet echt hebben. In het Nederlands hebben wij echter wel andere diftongs, namelijk: ‘au’ (pauze), ‘ij’/’ei’ (tijd/eigen) en ‘ui’ (tuin).

Misschien heb je er nog nooit zo bij stilgestaan, maar deze klanken bestaan dus eigenlijk uit twee klanken die in elkaar overgaan. Spreek de Nederlandse voorbeeldwoorden eens een paar keer langzaam uit en let op wat je mond doet. Waarschijnlijk merk je wel dat een diftong dus een begin- en een eindklank heeft. Zodoende is het dan ook geen gek idee om bij het oefenen van ‘ɪə’ (en eventuele andere Engelse diftongs) aandacht te besteden aan de begin- en eindklank en het feit dat je dus gewoon van de ene klank overgaat naar de andere klank.

Tip: voor ‘ɪə’ begin je met een klank die veel lijkt op de ‘i’ in het Nederlandse ‘zit’. Je eindigt met een zogeheten ‘schwa’ (dit is de meest veelvoorkomende klank in het EN/NL en ik wil er in de toekomst nog een keer een aparte blogpost aan wijden), waar je de spieren van je mond (bijna) niet gebruikt: 'uh'.

Een paar andere woorden die in Brits Engels dezelfde klank hebben als ‘idea’ (ɪə):
beer, ear, hero, material, pierce, area, real, glorious, various.

Woorden met dezelfde klank maar uitzonderlijke spelling:  
theory, period, weird.

Afrondend: ik hoop dat het verschil in uitspraak tussen ID/Idea duidelijk is en dat je er in de toekomst zelf ook (stilletjes) om kunt lachen als jij, of anderen, deze fout maken. Eerst nog even één laatste check. Maak de volgende zin af. Distinguishing between ‘ID’ and ‘idea’ is a good _____ !

Bonus 2: zie ook mijn eerdere blogpost over de onderlinge verschillen tussen de klankensets van talen: ITL #3 - Knowing a Language Part 1: Sound System
Bonus 3: Interessant en enigzins gerelateerd aan bovenstaande is het volgende filmpje over de uitspraak van ‘Ikea’: https://www.youtube.com/watch?v=ZFVAVY37nI4&t=100s


Thursday, August 12, 2021

Kids Quotes #2 - Scrap Medal

Ik ben de context inmiddels vergeten maar laatst had mijn zoontje van vier het over ‘scrap medal’ in plaats van 'scrap metal'. Hij wordt tweetalig opgevoed en zodoende zie je bij hem soms ook van die veelvoorkomende uitspraakproblemen die wij als Nederlanders hebben. In dit geval dus het onderscheid tussen d/t. In het Nederlands spreken we vaak gewoon een ‘t’ uit, ongeacht de spelling. Zodoende eindigen ‘hoofd’ en ‘loopt’ in dezelfde klank. In het Engels is het echter essentieel om dat onderscheid goed onder de knie te krijgen. ‘Bad’ en ‘bat’ betekenen iets heel anders en dit kan soms tot misverstanden leiden. Geheugensteuntje: ‘Batman vs bad man’. 

Of om een visueel voorbeeld te geven:


Andere klanken die wij als Nederlanders in het Engels soms verkeerd uitspreken zijn: g/k, v/f, b/p en z/s maar daar zal ik vast nog een keer wat uitgebreider op terugkomen.

En waarom was juist bovengenoemde uitspraak van mijn zoontje aanleiding om weer eens een blogpost te schrijven? ‘Scrap medal’ heeft niet echt een bestaande betekenis maar zou een geweldig nieuw woord zijn voor de nieuwe olympische medailles (medals) die gemaakt zijn van gerecycled materiaal!

Funfact voor de taalnerds onder ons: een andere opvallende invloed van Nederlands op het Engels van mijn zoontje is dat hij de ‘th’ (als in ‘think’) vervangt met de NL-se ‘g’ (‘gisteren’). Zoals je misschien weet, vervangen native speakers dit in hun jonge jaren vaak met een ‘f’, ‘d’ of ‘v’, afhankelijk van de positie in het woord. In sommige Engelse dialecten doen volwassenen dat trouwens ook nog (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Th-fronting). Interessant dus om te zien dat mijn zoontje dit vervangt met een andere, Nederlandse, klank die niet eens voorkomt in het Engels. Overigens is dit geen reden tot zorg want zoals je in dit overzicht kunt zien, ontwikkelen native speakers die 'th'-klank pas rond hun 8e levensjaar!

Thursday, June 10, 2021

LR #2 - Discord communities

"I have no one else to practice with".

Dit is wat veel van mijn leerlingen/studenten/klanten zeggen wanneer ik ze adviseer om hun Engelse gespreksvaardigheid ook te oefenen met andere mensen. Een veelvoorkomend probleem en als je er logisch over nadenkt, ben je natuurlijk niet de enige met dit probleem. En zodra je dit weet/beseft, ben je al halverwege de oplossing (zie mijn blogpost 'IT Tips'). Het zal je namelijk niet verbazen dat er wereldwijd enorm veel mensen zijn die, net als jij, óók Engels willen oefenen met anderen!

Mijn tip, zoals te lezen in bovenstaande blogpost, zou dan ook zijn om simpelweg iets te googelen (<= officiële spelling) in de richting van "Practice speaking English online with others".

In deze blogpost wil ik echter een specifieke tool onder de aandacht brengen: Discord. Ik ken Discord vooral als een razend populair chat/voice-programma voor gamers, maar het is breder. Het is een soort kruising van een forum en een video/voicechat programma. Wikipedia vat het samen als volgt:

Discord is a VoIP, instant messaging and digital distribution platform designed for creating communities. Users communicate with voice calls, video calls, text messaging, media and files in private chats or as part of communities called "servers".

En vooral dit community-aspect is interessant als je op zoek bent naar 'like-minded people' om Engels mee te oefenen. Discord is namelijk zeer geschikt voor dit doeleinde en er zijn behoorlijk veel geschikte  communities (of 'servers') te vinden. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze zoekresultaten. En de volgende community heeft op het moment van schrijven nota bene meer dan 28000 mensen online. Nog zonder de leden die offline zijn dus!

Nu vraag je je misschien af: hoe werkt Discord? Well, dat is weer een nieuwe uitdaging waar je je op kunt storten met gebruik van het internet!

Tip: lees de introductie/regels van de server die je joint (<= ook officiële spelling). Daar staat vaak de nodige tekst en uitleg.

Ook goed om te weten: net als bijvoorbeeld Microsoft Teams kun je Discord installeren op je PC/Laptop maar bestaat er ook een browserversie.